|

HET VODKA VIRUS
Een Cybercrime zaak van het Openbaar Ministerie

Ik liep op een plein omringd door gebouwen die herinnerden aan de gloriedagen van dit land. De dikke vlokken hadden mijn haar doorweekt en jaloers keek ik naar een voorbijganger met een dikke bontmuts. Mijn jas was niet gemaakt voor dit klimaat en het knarsen van de sneeuw klonk bij iedere stap als een salvo kanonschoten door mijn hoofd. Het was een onaangenaam gevoel dat ik niet kende. Ik drink namelijk niet. Nooit gedaan ook. Totdat ik deze cybercrimezaak kreeg, waarvoor ik zo’n zesduizend kilometer zou reizen en een belangrijk principe aan de kant moest zetten
Het was een opmerkelijke zaak die ik als officier van justitie, binnen het OM verantwoordelijk voor het thema cybercrime, op mijn bureau kreeg. Ditmaal werden niet de computers, maar de zwakste schakel, namelijk de mensen zelf gekraakt. Het was als volgt gegaan. Enkele duizenden klanten van een gerenommeerde bank hadden een e-mail ontvangen. Hierin werd gevraagd om wat persoonlijke gegevens te controleren. Ter controle, zo werd gesteld. De mail was alleen in zulk gebrekkig Nederlands geschreven dat zelfs de meest argeloze klant wel moest doorhebben dat dit bericht niet van de bank zelf kon komen
Op een enkeling na reageerde dan ook niemand op de mail. Twee dagen later ontvingen de klanten weer een mail van hun bank, maar nu wel in onberispelijk Nederlands opgesteld. Hierin schreef de bank dat criminelen hadden geprobeerd om gegevens van klanten los te krijgen. Om voortaan honderd procent beveiligd te zijn tegen dit soort praktijken, bood de bank gratis beveiligingssoftware aan
Het enige wat de klant hoefde te doen was op de bijgaande link klikken, waarna het programma zichzelf zou downloaden. Alleen... wie dit deed, haalde geen beveiligingssoftware, maar een virus binnen. Dit virus zorgde ervoor dat klanten werden omgeleid naar een exact nagebouwde banksite in het buitenland. Honderden klanten deden hierna hun bankzaken en gaven zo nietsvermoedend hun gegevens door aan de criminelen. Die boekten op hun beurt flinke bedragen over naar andere rekeningen. Vaak met duizenden euro’s tegelijk
We waren vastbesloten om de daders te vervolgen en veroordeeld te krijgen. Maar dat zou niet gemakkelijk worden. Er waren diverse aanwijzingen dat onze cybercriminelen uit een voormalige sovjetstaat kwamen. Niet verwonderlijk, want de werkloosheid is er hoog, vooral onder hogeropgeleide jongeren

Als we deze zaak succesvol en in goede harmonie met het desbetreffende land konden oplossen, zou dit een geweldige investering betekenen voor de toekomst. Cybercrime beperkt zich tenslotte zelden tot onze landsgrenzen
Ik besloot om samen met Ruud Berendsen, de onderzoeksleider van de politie, en Arthur Viseé, de parketsecretaris, af te reizen naar het land van waaruit de daders vrijwel zeker opereerden. In een persoonlijk gesprek met de plaatselijke autoriteiten konden we sneller tot zaken komen, leek me. Maar het zou anders gaan. We werden in een benauwd kamertje gezet, waar na pakweg een uur wachten twee ronduit botte politiemannen verschenen, die ons te woord stonden. Of beter gezegd, ons onderwierpen aan een kruisverhoor, om na een krap halfuurtje weer te vertrekken. Conclusie: men vond onze aanwijzingen niet sterk genoeg om een onderzoek te starten

Wat een oriënterend en diplomatiek bezoek had moeten worden, spatte als een zeepbel uit elkaar tegen het grauwe beton van de verhoorkamer. Boos maar machteloos keerden we dezelfde avond nog terug naar Nederland. Hoe moesten we nu voorkomen dat er nog meer mensen werden kaalgeplukt door deze criminelen?
BEKIJK HIER HET VERVOLG!
Bron | Openbaar Ministerie
|